Ontstaansgeschiedenis van het ontmoetings- en vormingscentrum Mariënkroon van de Focolarebeweging

Kasteel Onsenoort  In 1904 kregen de paters cisterciënzers het beheer over het kasteel Onsenoort te Nieuwkuijk. De paters stichtten er het klooster Onze Lieve Vrouw van Onsenoort. In 1936 werd dit omgedoopt in Mariënkroon. In 1957 werd het klooster tot abdij verheven. Een periode van grote bloei in de jaren 1940 tot ongeveer 1970 volgde. In deze tijd kwamen er veel roepingen en groeide de abdij uit tot de grootste van de cisterciënzerorde. Er waren meer dan tachtig monniken, van wie vijftig priester. Na de bloeiperiode stopte de nieuwe aanwas en begon een langzame vergrijzing.

Zoektocht van de Focolarebeweging  Tegelijkertijd was de Focolarebeweging al vanaf 1992 op zoek naar een geschikte locatie voor een nieuw landelijk centrum. Een zoektocht langs tal van bestaande vrijkomende gebouwen en percelen leverde niets op. Met de gemeente Almere kwam het tot vergaande gesprekken en werden er gedetailleerde plannen voor nieuwbouw uitgewerkt. Maar uiteindelijk kwamen, door bemiddeling van de bisschop van ‘s Hertogenbosch, monseigneur Hurkmans, de cisterciënzerpaters en de verantwoordelijken van de Focolarebeweging met elkaar in contact.

Overdracht  Beide partijen vonden elkaar en kwamen in korte tijd tot een akkoord over een geleidelijke overdracht van het terrein en de gebouwen van abdij Mariënkroon. Uiteindelijk werden in 2014 de kapel en de laatste gebouwen overgedragen aan de Stichting Mariapoli Mariënkroon van de Focolarebeweging.

“Wij waren al jaren biddend om uitkomst op de vraag hoe Mariënkroon behouden kon blijven voor de kerk en kon blijven voortleven als centrum van religie, christelijke cultuur en maatschappelijk leven. En tot mijn grote vreugde kan ik u vandaag meedelen dat de cisterciënzers van Mariënkroon en de Focolarebeweging in Nederland elkaar, godzijdank, gevonden hebben. Een van onze eerste intenties zal zijn dat de abdij Mariënkroon in de toekomst werkelijk mag worden: een focolare, een brandhaard van liefde.”
Abt Gerardus Hopstaken, 3 maart 2002