De onmetelijkheid van God

 

De relatie met de natuur staat steeds meer centraal in ons persoonlijk leven en in het leven van organisaties en staten, evenals de plicht om deze te behouden en de schade die we eraan hebben toegebracht te herstellen. Als de pandemie waar we nog steeds onder lijden enerzijds deze plicht, die de onze is, heeft benadrukt, heeft het anderzijds de Schepping paradoxaal genoeg een moment van respijt gegeven. De geestelijke ervaring van Chiara Lubich, hieronder beschreven, brengt ons terug naar Degene die de wortel van alle dingen is: God.

[…] Ter ontspanning keek ik naar een natuurdocumentaire. Anders dan andere televisie-uitzendingen […] maakte die natuurfilm op mi een diepe indruk. Het heelal, de schoonheid van de natuur en haar kracht, alles bracht me spontaan tot de Schepper. Ik kreeg een gewaarwording van de onmetelijke grootheid van God. Dat was zo sterk dat ik de impuls voelde om God te aanbidden, te loven en te verheerlijken.

[…] Het leek alsof mijn ogen geopend werden, en ik begreep als nooit tevoren wie God eigenlijk is. […] Ik zag Hem in zijn grootheid, zijn onmetelijkheid. Dat maakte zo’n indruk dat het me bijna onmogelijk leek dat Hij aan ons, kleine mensen, had kunnen denken.

Die indruk van zijn onmetelijke grootheid is me enkele dagen bijgebleven. Als ik nu zeg: Uw naam worde geheiligd, of: eer aan de Vader, de Zoon en de heilige Geest, is dat anders. Het is een diepe uiting van mijn hart geworden.

[…] We zijn nog onderweg. Als je op reis bent, denk je aan de stad of het land van bestemming. Je bereidt je voor op de ontmoeting met de mensen daar. Als wij ons op die ontmoeting met Hem willen voorbereiden, is er nu al oefening nodig in het lofbrengen aan God. Dat doen we door met ons hart en met onze mond onze liefde tot Hem uit te spreken. We kunnen onze dagelijkse gebeden met meer aandacht bidden. We brengen Hem ook eer met heel ons wezen door steeds meer niets te willen zijn, naar het model van de gekruisigde Jezus in zijn verlatenheid. Want zo roepen we met ons leven steeds meer dat Gos Alles is. Zo eren, verheerlijken en aanbidden we Hem. En als we dat doen, sterft tegelijkertijd de ‘oude mens’ in ons, en wanneer deze sterft; leeft de nieuwe mens, de nieuwe schepping in ons.

[…] We willen ons richten op het eer brengen aan God, die we niet alleen in de natuur vinden, maar ook in het diepst van ons hart en in elke medemens.

Chiara Lubich, Carissimi, 22.1.1987, p. 47-48em uit te spreken. Hem

Lees ook