Jean Flament

 

Talloze mensen woonden de afscheidsviering van Jean bij in de Sint-Quintinuskerk in Zonhoven. Rond het altaar niet minder dan 11 priesters: een indrukwekkende getuigenis van de schoonheid van de priesterroeping in gemeenschap.

dav

Jean werd geboren in Lommel, Limburg, op 27 juni 1945 en ging naar de Hemel op 29 oktober 2022. Hij heeft zijn stempel gedrukt op de colleges en parochies waar hij actief was (Sint-Truiden, Tongeren, Gors-Opleeuw, Hoepertingen en Zonhoven) en blijft voortleven in de herinnering van allen aan wie hij de spiritualiteit van Eenheid heeft doorgegeven of die hij op deze reis heeft begeleid. Zelf leerde hij deze spiritualiteit kennen in 1967, toen hij op het seminarie in Luik zat (in die tijd maakte Limburg deel uit van het bisdom Luik), gedurende de jaren van protest in maatschappij en Kerk. Met Chiara Lubich ontdekte Jean een levend Evangelie, waarin het gebed van Jezus om eenheid (Jean 17, 21) en het mysterie van de gekruisigde en verlaten Jezus priesters en leken samen op weg zet om getuigen te zijn van zijn liefde. Jean heeft altijd zijn priesterschap op zeer mariale wijze geleefd, dienstbaar, nederig en zacht van hart.

In 1980-1981 kreeg Jean de gelegenheid om in de omgeving van Rome een jaar van vorming als priester te volgen in het leven van de spiritualiteit van Eenheid. Dit maakte diepe indruk op hem. Bij zijn terugkeer begon hij bijeenkomsten met jongeren aan wie hij het “Woord van leven” aanbood, een maandelijks woord uit de Schrift dat in praktijk kon worden gebracht. Veel jongeren leerden zo het Evangelie op een concrete manier te benaderen en te beleven. “Dank u dat u ons (als christenen) hebt leren liefhebben”, zei een van de door hem opgeleide jongeren eens.

Toen Jean pastoor werd, putte hij in de spiritualiteit van Eenheid om het parochieleven te versterken. De vruchten waren talrijk. In de laatste jaren van zijn leven, toen hij werd getroffen door Alzheimer, begeleidde een religieuze hem, een van degenen die hadden deelgenomen aan een Word van leven groep toen Jean pastoor was.

“Jean, ik markeer je lichaam met het kruisbeeld van Jezus,” zei priester Bart Benats, professor aan het Seminarie van Leuven, aan het begin van de begrafenismis. Verre van een teken van ontmoediging en verval, getuigt dit kruisbeeld van de extreme liefde van Christus en zijn overwinning op de dood, het teken van de verlossing van de verrezen Christus die de weg, de waarheid en het eeuwige leven is.” Op de baar liggen, naast de vlammende bloemenkrans, de stola, brevier, kelk, de Bijbel en een houten kruisbeeld met de naam van Jean erin gegraveerd, allemaal symbolen van zijn leven als priester.

Alle priesters dragen een gouden kazuifel, een symbool van de verrijzenis waaraan Jean nu deelneemt, bevrijd van alles wat de laatste jaren als een dikke mist over zijn geest hing.

Een koor van tien personen luistert de eucharistieviering op, met liederen uit het Focolare-repertoire en andere bekende liturgische melodieën.

Aan het einde leest Bart Coenegrachts, bisschoppelijk vicaris van Hasselt, de boodschap van bisschop Patrick Hoogmartens voor.

“Afkomstig uit een religieuze familie, gaf Jean zich volledig aan God door hem te dienen als priester. Anderzijds – en dit is de persoonlijke weg van de bisschop – was Jean vooral degene die mij in contact bracht met de rijke spiritualiteit van de Focolarebeweging. Hij nam me mee naar mijn eerste Mariapolis (nota van de redactie: een meerdaagse intergenerationele bijeenkomst). Tussen deze hoogtepunten door, en op elk moment van zijn leven, getuigde hij van de liefde die hij van God had ontvangen. Daar putte hij zijn innerlijke rust en de kracht van iemand die het Evangelie verkondigt, vooral aan jongeren.”

Bart vervolgt: “Jean had een zeer sterke band met de laatste bisschoppen van Hasselt: Mons. Hoogmartens was als een jongere broer voor hem, Mons. Schruers was een vader voor hem.

Jean speelt ook een grote rol in mijn persoonlijke leven, in de manier waarop ik vandaag priester kan zijn. Het was moeilijk om de achteruitgang van Jean te zien in de laatste jaren. Hard en tegelijkertijd mooi. Op het einde, toen Jean ging sterven, was ik niet aanwezig omdat ik me voorbereidde om hem ’s nachts te waken. Annemarie, die bij hem was, vroeg de aanwezige verpleegster of ze al veel mensen had zien sterven. Ja,” antwoordde ze, “maar dit is de eerste keer dat ik een heilige zie sterven.”

Wat bedoelde ze? Zelf zou ik Jean geen heilige hebben genoemd, ook al waardeer ik hem erg. Ik ken zijn beperkingen, zijn gebrek aan zelfvertrouwen, de angsten die hem soms achtervolgden.

De woorden van de verpleegster zeggen veel over Jean, over ons allemaal en vooral over God: Jean vertrouwde zich toe aan God en zijn liefde; Jean sprong vaak over zijn schaduw heen.  En op deze manier raakte hij talloze harten. En hij heeft veel mooie dingen bereikt. Ondanks zijn beperkingen, en misschien juist daarom.

Deze woorden zeggen veel over ons allemaal: degenen die hem vergezelden, het medisch en paramedisch personeel, degenen die hem in gebed droegen. Inderdaad, waar liefde is, is God aanwezig, is Jezus in ons midden.

Deze woorden zeggen vooral iets over God. Naar Jean gaan was heel bijzonder, ook al leek hij afwezig. Er heerste een grote vrede over hem. Ook al leek Jean afwezig, was God aanwezig, hij die ons door elk moment van ons leven draagt.”

 

Lees ook