Woord van Leven – Augustus 2019

 
“Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.” (Lc 12,34)

 

             

“Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.” (Lc 12,34)

Het “hart” is het meest intieme en vitale dat we hebben. De “schat” is het meest verborgene en het meest waardevolle dat we hebben; het geeft ons zekerheid voor vandaag en morgen. Het “hart” is ook de zetel van onze waarden en de bron van onze concrete keuzes; het is de geheime ruimte waar de zin van ons leven op het spel staat: waaraan geven we echt de eerste plaats? Wat is onze “schat” waarvoor we bereid zijn al het overige aan de kant te schuiven?

In de westerse consumptiemaatschappij is alles erop gericht dat we materiële goederen verzamelen, ons bezighouden met onze eigen behoeften en ons weinig aantrekken van de noden van anderen. Dat alles in naam van individueel welzijn en efficiëntie. Maar toch geeft de evangelist Lucas, die in een andere tijd leefde, deze woorden van Jezus door als een beslissende en universele wijsheid voor mannen en vrouwen van alle tijden en van overal ter wereld.

“Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.”

Het evangelie van Lucas onderstreept krachtig dat het nodig is om te komen tot een radicale en beslissende keuze: God de Vader is het ware Goed. Hij is wat heel het hart van een christen in beslag moet nemen. Naar het voorbeeld van Jezus zelf. Deze keuze is een vertrouwvolle overgave aan zijn liefde en maakt ons pas echt rijk, omdat we dan kinderen van God zijn en erfgenamen van zijn Koninkrijk.

Het is een kwestie van vrijheid: we zijn geen slaaf van onze materiële bezittingen meer; we zijn er zelf de baas over.

Materiële rijkdom kan ons “hart” in beslag nemen en een groeiend verlangen creëren om nog meer te bezitten. Er kan een soort verslaving optreden. Jezus nodigt ons in deze passage uit om aalmoezen te geven[1]. Het is voor Hem een kwestie van rechtvaardigheid, ingegeven door barmhartigheid, die het hart verlicht en opent voor broederlijke gelijkheid.

Christen kunnen persoonlijk en als gemeenschap de ware vrijheid ervaren door goederen, materieel en geestelijk, te delen met allen die ze nodig hebben. Dit is de christelijke levensstijl die getuigt van vertrouwen op de Vader en die een stevige basis vormt voor de beschaving van de liefde.

“Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.”

 Om onszelf te bevrijden van de verslaving van het hebben kan een suggestie van Chiara Lubich verhelderend zijn:

“Waarom dringt Jezus zo sterk aan op het afstand doen van wat je hebt en maakt Hij het zelfs tot een voorwaarde waaraan je moet voldoen om Hem te kunnen volgen?

Omdat de eerste rijkdom van ons leven, omdat onze ware schat Hijzelf is! Hij wil dat we vrije mensen zijn, innerlijk bevrijd van elke gehechtheid en van iedere zorg, zodat we Hem echt kunnen liefhebben met heel ons hart, heel ons verstand en al onze krachten. Hij vraagt ons ook afstand te doen van onze bezittingen, omdat Hij wil dat we ons openstellen voor de anderen. De meest eenvoudige manier om ‘afstand te doen’ is ‘geven’.

Geven aan God door Hem lief te hebben. En om God deze liefde te tonen, hebben we onze broeders en zusters lief en zijn we bereid om voor hen alles op het spel te zetten. Ook al hebben we de indruk van niet, we bezitten heel veel rijkdommen die we in gemeenschap kunnen brengen. We hebben genegenheid in ons hart die we kunnen geven, hartelijkheid die we kunnen tonen, vreugde die we kunnen delen; we hebben tijd die we ter beschikking kunnen stellen, gebed, innerlijke schatten die we in gemeenschap kunnen brengen. We hebben soms ook dingen: boeken, kleding, vervoermiddelen, geld… Laten we geven zonder veel te redeneren, zonder te denken dat iets nog wel kan dienen voor een andere gelegenheid. Alles kan nuttig zijn, maar wanneer we aan deze gedachten toegeven, sluipen er allerlei gehechtheden ons hart binnen en worden er steeds nieuwe behoeften gecreëerd. Laten we liever proberen alleen dat te bezitten wat we nodig hebben. Laten we oppassen dat we Jezus niet verliezen vanwege het geld dat we achter de hand houden, vanwege iets waar we ook buiten kunnen.”[2]

 

Marisa en Agostino, 34 jaar getrouwd, vertellen: “We waren acht jaar getrouwd en alles liep op wieltjes. Ons huis en ons werk waren precies zoals we wensten. Maar toen kwam het voorstel om te verhuizen van Italië naar een land in Zuid-Amerika, om daar een jonge christelijke gemeenschap te ondersteunen. Er ging van alles door ons heen: verwarring, angst voor het onbekende; mensen zeiden ons dat we gek waren om zoiets te doen. Maar beiden hoorden we ook een andere stem die ons een grote innerlijke rust gaf: ‘Kom en volg Mij.’ Dat hebben we gedaan. We kwamen terecht in een totaal andere omgeving. We kwamen van alles tekort. Maar in ruil daarvoor vonden we vele andere dingen, zoals de rijkdom van de relatie met veel mensen. Voor ons was ook de ervaring met de voorzienigheid heel sterk. Op een avond hadden we een klein feestje georganiseerd en ieder gezin bracht een typisch gerecht mee voor het eten. Wij waren zelf net terug van een reis naar Italië, met een groot stuk Parmezaanse kaas in onze bagage. Van de ene kant wilden we een deel daarvan met de anderen delen, van de andere kant realiseerden we ons dat we dan zelf al gauw niets meer zouden hebben. Maar we herinnerden ons de uitspraak van Jezus: ‘Geef, dan zal je gegeven worden …’ (Lc 6, 38). We hebben elkaar aangekeken en zeiden: we hebben ons land, ons werk en onze familie achtergelaten. En nu zouden we vastzitten aan een stuk kaas! We hebben een groot stuk afgesneden en dat meegenomen. Twee dagen later ging de bel van de voordeur: het was een toerist die we niet kenden, een vriend van vrienden, die ons een pak bracht dat van hen kwam. We openden het: het was een groot stuk Parmezaanse kaas! De belofte van Jezus: ‘Een volle, geschudde en gestampte maat zal men u in de schoot werpen,’ is werkelijk waar.”

 

Letizia Magri en de Commissie Woord van Leven

 

[1] Vgl. Lc 12, 33.

[2] Chiara Lubich, Woord van leven, september 2004.