Woord van Leven – Januari 2020

 
“De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk.” (Hnd 28, 2)

                     

“De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk.”

Tweehonderdzesenzeventig schipbreukelingen bereiken de kust van een eiland in de Middellandse Zee, nadat ze twee weken eerder op drift waren geraakt. Ze zijn doorweekt, uitgeput en doodsbang. Ze hebben hun onmacht gevoeld tegenover de krachten van de natuur en hebben de dood in de ogen gekeken. Onder hen bevindt zich een gevangene op weg naar Rome om er voor de keizer te verschijnen en door hem geoordeeld te worden.

Dit is geen nieuws uit de berichtgeving in onze dagen; dit is het verhaal van de apostel Paulus. Hij wordt naar Rome gebracht waar hij zijn zending als verkondiger van het Evangelie zal bekronen met het getuigenis van het martelaarschap. Hij vindt steun in zijn onverwoestbaar geloof in de Voorzienigheid. Ondanks het feit dat hij als gevangene mee reist, is hij erin geslaagd om zijn onfortuinlijke lotgenoten moed in te spreken tot aan de landing op het strand van Malta. Daar gaan bewoners hen tegemoet, vangen hen op bij een groot vuur, zodat ze kunnen bijkomen. Daarna zorgen ze voor hen. En aan het eind van de winter, ongeveer drie maanden later, geven ze hen het nodige om veilig verder te kunnen reizen.

“De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk.”

Paulus en de andere schipbreukelingen ondervinden de warme, concrete gastvrijheid van een bevolking die nog niet aangeraakt is door het licht van het Evangelie. En het is geen haastig, onpersoonlijk welkom. Nee, ze doen er alles aan om de situatie van hun gasten te verlichten, zonder culturele, godsdienstige of sociale vooroordelen. Om dat te kunnen is de persoonlijke inzet en die van heel de gemeenschap nodig. Iedere mens heeft het in zich om de ander te onthalen. Het maakt deel uit van zijn DNA. Hij is een schepsel dat het stempel draagt van de barmhartige Vader in de hemel, ook al heeft hij het christelijk geloof niet ontvangen of is dat op de achtergrond geraakt. Het is een wet die staat geschreven in het menselijk hart en die door het Woord van God in het licht wordt gesteld en bekrachtigd. Dat vind je in de Bijbel vanaf het verhaal van Abraham in Genesis (18, 1-16) tot aan de onthutsende openbaring van Jezus: “Ik was een vreemdeling en jullie hebben Mij opgenomen” (Mt 25, 35).

De Heer zelf geeft ons de kracht van zijn genade, opdat onze broze wil de volheid van de christelijke liefde kan bereiken. Met deze ervaring leert Paulus ons ook om te vertrouwen op de tussenkomst van God en zijn voorzienigheid. En dankbaar te zijn en waardering te hebben voor het goede dat we ontvangen dankzij de concrete liefde van velen die ons pad kruisen.

“De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk.”

Deze tekst uit de Handelingen van de Apostelen werd door christenen van verschillende Kerken van het eiland Malta voorgesteld als motto voor de Gebedsweek voor de eenheid van de christenen in 2020. Ieder jaar vindt die plaats van 18 tot 25 januari (in het zuidelijk halfrond tussen Hemelvaart en Pinksteren). De gemeenschappen op Malta steunen talrijke initiatieven ten gunste van armen en immigranten, zoals het uitdelen van voedsel, kleding en kinderspeelgoed; ze onderwijzen de Engelse taal ten behoeve van de sociale integratie. Hun wens is dat de gastvrijheid mag groeien maar ook dat de gemeenschap tussen de christenen van verschillende Kerken gevoed wordt om getuigenis te geven van het ene geloof.

En wij? Hoe kunnen wij aan onze broers en zusters getuigen van de liefde van God? Hoe kunnen wij bijdragen aan de opbouw van eensgezinde families, solidaire steden en sociale gemeenschappen die echt menselijk zijn?

Chiara Lubich doet ons de volgende suggestie aan de hand:

“Jezus heeft ons laten zien dat liefhebben betekent de ander aannemen zoals hij is, en op de manier waarop Hijzelf ieder van ons heeft aangenomen. De ander aannemen met zijn eigen smaak, zijn ideeën, zijn gebreken, zijn anders-zijn. In onszelf ruimte maken voor de ander, ons hart vrijmaken van iedere reserve, van ieder oordeel en van een instinctieve afkeer. We kunnen God geen grotere eer geven dan wanneer we ons best doen om de ander te aanvaarden. Want daarmee leggen we de basis voor een broederlijke gemeenschap. En niets geeft God zoveel vreugde als echte eenheid onder mensen. Door zo’n eenheid wordt Jezus aangetrokken om bij ons te zijn. En zijn aanwezigheid maakt alles anders. Laten we daarom iedere medemens tegemoet treden met de wens om hem of haar met een open hart aan te nemen en ervoor te zorgen dat vroeg of laat met hem of haar de wederzijdse liefde vaste voet krijgt.“

Letizia Magri en de Commissie Woord van Leven