Woord van Leven – Juli 2020

 
“Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.” (Matteüs 12, 50)

                    

“Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.” (Matteüs 12, 50)

Het evangelie van Matteüs vertelt over een voorval in het leven van Jezus dat op het eerste gezicht van weinig belang lijkt. Zijn moeder en enkele familieleden gaan naar Kafarnaüm waar Hij zich met zijn leerlingen bevindt om aan iedereen de liefde van de Vader te verkondigen. Waarschijnlijk hebben ze ver moeten lopen om Hem te vinden. Ze willen Hem spreken. De ruimte waarin Jezus zich bevindt gaan ze niet binnen, maar ze sturen een boodschap: “Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen U spreken.“
Voor het volk van Israël was ‘familie’ erg belangrijk. Het volk zelf werd gezien als ‘kind’ van God, erfgenaam van zijn beloften. En volksgenoten beschouwden elkaar als ‘broers en zusters’.
Maar Jezus opent een onverwacht vergezicht. Met een plechtig gebaar wijst Hij naar zijn leerlingen en zegt:

“Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.”
Jezus openbaart hier een nieuwe dimensie. Iedereen kan zich een deel van deze familie voelen als hij zich inzet om de wil van de ene Vader te kennen en te doen. Iedereen: volwassene of kind, man of vrouw, van om het even welke cultuur of maatschappelijke functie. Iedereen: elke mens draagt in zich het beeld van God die liefde is. Meer nog, iedere persoon heeft een band met God en kan met Hem een relatie aangaan van kennis en vriendschap.
Iedereen kan de wil van God doen, dat wil zeggen God liefhebben en de naaste liefhebben. Als wij liefhebben, erkent Jezus ons als zijn familieleden, als zijn broers en zussen. En dat is een geweldige kans die we hebben! We worden daardoor vrij van het verleden, van onze angsten, van onze vaste denkpatronen. Zelfs onze beperkingen kunnen vanuit die relatie met God een springplank worden voor onze groei. Alles maakt een kwaliteitssprong.

“Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.”
Volgens dit woord kunnen we zelfs op een of andere manier moeder van Jezus worden. Zoals Maria die ten dienste van God heeft geleefd. Op een gelijkaardige manier kunnen wij door de beleving van het Evangelie Jezus in ons laten geboren en herboren worden. Op een gelijkaardige manier kunnen wij door de onderlinge liefde Jezus laten geboren worden in de gemeenschap.
Chiara Lubich heeft mensen die het Woord van Leven verlangden te leven, altijd op het hart gedrukt: “’Wees een familie’. Zijn er in jullie midden mensen die onder geestelijke of morele beproevingen lijden? Heb begrip voor hen zoals een moeder, en meer nog dan een moeder. Geef hun uitzicht door je woord of door je voorbeeld. Zorg dat ze nooit de warmte van de familie hoeven te missen. Integendeel, zorg ervoor dat die warmte toeneemt.
Zijn er in jullie midden personen die lichamelijk lijden? Dat zijn jullie eerste broers en zussen! Beschouw geen enkele activiteit belangrijker dan de familiegeest opbouwen onder de broers en zussen met wie je samenleeft. En schep overal waar jullie heengaan om het ideaal van Christus te brengen bescheiden, voorzichtig, maar doelbewust die familiegeest.”

“Ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.”
Ieder van ons kan in het leven van elke dag de taak ontdekken die de Vader hem of haar toevertrouwt om de grote mensenfamilie op te bouwen.
In een wijk van Homs, in Syrië, maken 150 kinderen, van wie de meesten moslim, gebruik van de naschoolse opvang in een school van de Grieks-orthodoxe Kerk. Sandra, de directrice, vertelt: “Met een team van leraren en specialisten zorgen we voor opvang en hulp. We doen dat in een familiesfeer die gebaseerd is op dialoog en op gemeenschappelijke waarden. Heel veel kinderen zijn getekend door trauma’s en lijden. Sommigen zijn apathisch, anderen agressief. We proberen het vertrouwen in henzelf en in anderen weer op te bouwen. Terwijl de gezinnen door de oorlog uit elkaar zijn gerukt, vinden ze hier de kracht en de hoop om opnieuw te beginnen.”

Letizia Magri en de Commissie Woord van Leven