Woord van Leven – Maart 2019

 
“Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc 6, 36).

 

               

Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.” (Lc 6,36)

In het Evangelie lanceert Jezus zijn revolutionaire uitnodiging om iedere mens lief te hebben als een broer of zus, zelfs als hij of zij zich vijandig opstelt. In het verhaal van Lucas doet Hij dat nadat Hij aan zijn leerlingen de zaligsprekingen heeft verkondigd.

Voor Jezus is het heel duidelijk en Hij legt het ons uit: we zijn broers en zussen omdat we één Vader hebben, die altijd op zoek is naar zijn kinderen. Hij wil een relatie met ons aangaan en roept ons op onze verantwoordelijkheid te nemen. Maar tegelijk bemint Hij ons met een liefde die zorgzaam is, geneest en voedt, vanuit een moederlijke houding van meeleven en tederheid.

Dat is de barmhartigheid van God, die zich persoonlijk richt tot alle menselijke wezens in heel hun broosheid. En Hij heeft een voorkeur voor wie aan de kant staan, voor wie uitgesloten en afgewezen worden.

Barmhartigheid is een liefde die de harten vervult en die overstroomt op anderen, op de mensen in onze buurt en op de vreemdelingen, op de maatschappij rondom ons.

Als kinderen van deze God kunnen we op Hem lijken in datgene wat Hem kenmerkt: liefde, openheid, het kunnen wachten op het moment van de ander.

“Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.”

In ons persoonlijke en sociale leven ervaren we helaas steeds meer een sfeer van vijandigheid en onderlinge competitie, van wederzijds wantrouwen, van verdachtmakingen waartegen je geen verhaal hebt, van angst voor de ander. Gevoelens van rancune stapelen zich op en leiden tot conflicten en zelfs tot oorlogen.

Als christenen kunnen we een stevig getuigenis geven van hoe het anders kan. We kunnen ons bevrijden van onszelf en van alles wat ons conditioneert en beginnen met het herstellen van gebarsten en gebroken relaties: in de familie, op de werkplek, in de parochiegemeenschap, in de politieke partij.

Wanneer we iemand kwaad hebben gedaan, kunnen we moedig om vergeving vragen en samen verder gaan. Dat is een daad die getuigt van een grote waardigheid. En als iemand ons echt heeft beledigd, kunnen we proberen hem te vergeven en voor hem ruimte te scheppen in ons hart, zodat de wonde kan genezen.

Maar wat is vergeving?

Vergeving is niet hetzelfde als nonchalance; het is geen zwakheid. Het betekent niet dat we onbelangrijk vinden wat ernstig is, of zeggen dat goed is wat kwaad is. Het is geen onverschilligheid. Vergeving is een daad van de wil en van helder onderscheid. Het is een vrije daad die erin bestaat dat we onze medemens aanvaarden zoals hij is, ondanks het feit dat hij ons kwaad heeft gedaan. Net zoals God zich ontfermt over ons zondaars, ondanks onze fouten. Vergeving betekent een belediging niet met een belediging beantwoorden, maar doen wat Paulus zegt: ‘Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede’[1].”[2]

Deze openheid van hart kun je niet improviseren. Het is een dagelijkse strijd, een voortdurend groeien van onze identiteit als kinderen van God. En het is vooral een geschenk van de Vader waar we Hem om kunnen en moeten vragen.

“Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.”
Hier is het verhaal van M., een jonge Filipijnse: “Ik was nog maar elf jaar oud toen mijn vader werd vermoord. Gerechtigheid kregen we niet, omdat we arm waren. Toen ik wat ouder was, ben ik rechten gaan studeren vanuit het verlangen om gerechtigheid te bekomen voor de dood van mijn vader. God had evenwel een ander plan voor mij. Een collega nodigde me uit voor een ontmoeting van mensen die serieus bezig waren het Evangelie in praktijk te brengen. Ik ben toen ook daarmee begonnen.

Op een dag heb ik aan Jezus gevraagd om mij te leren zijn woord concreet te beleven dat luidt: ‘Bemin je vijanden’[3]. Want ik voelde dat er nog steeds haat in mij was voor de mensen die mijn vader hadden vermoord. De dag daarna ontmoette ik op mijn werk het hoofd van de groep die mijn vader vermoord had. Ik groette hem met een glimlach en informeerde naar zijn gezin. Deze groet van mij liet hem verbijsterd achter. En ik was zelf nog meer verbijsterd over wat ik had gedaan.

De haat in mij was aan het verdwijnen en veranderde in liefde. Maar dat was nog maar de eerste stap. Liefde is creatief! Ik bedacht dat ieder lid van die groep onze vergeving moest ontvangen. Samen met mijn broer zijn we hen gaan opzoeken, om onze relatie te herstellen en aan hen te laten zien dat God hen liefheeft! Een van hen vroeg ons om vergeving voor wat hij had gedaan en verzocht ons om voor hem en zijn gezin te bidden.”

 

Letizia Magri en de Commissie van het Woord van Leven

 

 

[1] Vgl. Rom 12, 21.

[2] Chiara Lubich, Costruire sulla roccia (Bouwen op de rot), Città Nuova, Rome 19934, blz. 56.

[3] Vgl. Mt 5, 44; Lc 6, 27.