Hier vind je verschillende digitale versies van het maandelijkse Woord van Leven: video voor iedereen, video voor kinderen, Powerpoint voorstelling, MP3 Podcast, stripverhaal voor kinderen en tieners: www.woord-van-leven.be
Kun je van iemand vragen om lief te hebben? Kun je het iemand bevelen? Als we liefde opvatten als een gevoel, is dat natuurlijk niet mogelijk! Maar als we haar begrijpen als een gave van God, verandert dat alles.
In zijn brief aan de Romeinen, waaruit dit Woord van leven is genomen, beschrijft Paulus de relatie tussen wet en liefde. Hij stelt dat de liefde de volledige vervulling is van de wet. Kort daarvoor heeft hij ons de oorsprong van deze liefde geopenbaard: “God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren” (Rom. 5,8). Ook de eerste brief van Johannes zegt: “Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden” (1 Joh. 4,10).
“De liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde”
Niemand van ons kan geven wat hij niet heeft. Augustinus had dit goed begrepen toen hij zich rechtstreeks tot God richtte met de woorden: “Geef wat U beveelt en beveel wat U wilt.” [1]
Wij hebben de onschatbare gave van Gods liefde ontvangen en zijn geroepen die niet voor onszelf te houden, maar te laten circuleren. Als ontvangers van Gods liefde kunnen we er zelf dragers van worden en zijn wij geroepen om liefhebbenden te worden, en zo deel te nemen aan het leven zelf van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest: de Liefhebbende, de Geliefde en de Liefde.
We zijn volgens Paulus niemand iets schuldig tenzij deze wederzijdse liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. [2]
“De liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde”
“Ware naastenliefde – zegt Chiara Lubich – doet geen enkel kwaad. Zij brengt ons ertoe alle geboden van God te beleven, zonder uitzondering.
Want hun eerste doel is ons te behoeden voor alle vormen van kwaad waarin wij zouden kunnen vervallen, kwaad tegenover onszelf en tegenover onze broers en zussen.” [3]
Zo begrepen zijn de geboden van de wet niet zozeer een verplichting als wel een gave van Gods liefde: ze beperken onze liefde niet, maar maken haar juist helemaal vrij.
“De liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde”
Om tot deze “volledige vervulling” te komen, is de eerste stap in het liefhebben van de naaste: hem geen kwaad doen. Maar daarna moeten we ook creatief worden in de liefde: “Het is niet genoeg de naaste geen kwaad te doen – herinnerde paus Franciscus ons –; we moeten ervoor kiezen het goede te doen en kansen grijpen om te laten zien dat wij leerlingen zijn van Jezus.” [4]
Hoe kunnen we dit Woord van leven dan in praktijk brengen? Laten we in ons leven de liefde weer centraal stellen. Laten we anderen concreet liefhebben zoals Jezus hen zou liefhebben: Hij is de volheid van de liefde, volledig gegeven aan God en aan de mensheid. Van Hem kunnen we de volle maat van de liefde leren.
“De liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde”
Doris, een jonge vrouw uit Schotland, vertelt:
“Tijdens onze regelmatige bezoeken aan een opvang voor daklozen kom ik in een wereld die heel anders is dan de mijne. Ik weet dat het er niet om gaat wat ik voel, maar om lief te hebben. Op een dag vertrouwde een man met diepe droefheid op zijn gezicht mij toe dat hij er een einde aan wilde maken, dat hij dood wilde. Ik heb gewoon naar hem geluisterd en daarna aten we samen een broodje en dronken een kop koffie. Ik begreep dat luisteren en aanwezig zijn al een manier is om liefde te tonen. Toen het tijd was om te vertrekken, omhelsde hij me stevig en glimlachte. Hij zei dat wat wij deden heel belangrijk was, niet alleen voor hem maar voor iedereen daar. Ik voelde de ongelooflijke kracht van de liefde. Misschien heb ik hem niet ‘gered’. Maar zijn dankbaarheid gaf me veel vreugde. En dat is op zich al sterk.”
Door Claudio Cianfaglione en het Woord-van-Leven-team




