Augustus 2026

 
“ Mijn ziel prijst en looft de Heer” (Luc 1, 46)
Hier vind je verschillende digitale versies van het maandelijkse Woord van Leven: video voor iedereen, video voor kinderen, Powerpoint voorstelling, MP3 Podcast, stripverhaal voor kinderen en tieners: www.woord-van-leven.be

In het eerste hoofdstuk van zijn evangelie biedt Lucas ons de enige bladzijde van het Nieuwe Testament waarin twee vrouwen de hoofdrol spelen: Maria en Elisabeth.

Elisabeth woonde in een dorp dichtbij Jeruzalem, ongeveer 150 km van Nazareth. Meteen nadat Maria de boodschap van de engel had ontvangen dat zij de moeder van Jezus zou worden (Luc. 1, 26-38), onderneemt zij deze lange reis. We kennen de details van de tocht niet; we weten alleen dat zij zich haastig naar het bergland begaf. Waarom gaat zij daarheen?

Maria wil haar vreugde delen met iemand die, net als zij, van God de genade had ontvangen een kind te verwachten. Ze wil haar nabij zijn en helpen tijdens de laatste maanden van haar zwangerschap. Het is het verhaal van twee vrouwen, van twee bijzondere, ja onmogelijke moederschappen. Wie kon Maria beter begrijpen dan Elisabeth? Aan deze ontmoeting ontspringt het lied van het Magnificat.[1]

“Mijn ziel prijst en looft de Heer”

“Haar woorden zijn uitdrukking van een grote liefde en een zeer levendige vreugde. Dat verklaart waarom haar ziel en haar leven zich in de geest verheffen. Maria zegt niet: ík verheerlijk God, maar: mijn ziel verheerlijkt God. Alsof zij wil zeggen: heel mijn leven en al mijn zintuigen worden gedragen door de liefde van God”, schrijft Maarten Luther in zijn commentaar op het Magnificat.

Het werkwoord “prijzen”, groot maken, laat een vreugde zien bij Maria die ontstaat uit de ontdekking dat God veel groter is dan ze dacht. Deze vreugde gaat gepaard met diepe nederigheid en een sterk gevoel van dankbaarheid en erkentelijkheid.

Een theoloog onderstreept: “Het Magnificat is het evangelie van Maria, haar blijde boodschap die alle generaties bereikt”. Tien keer herhaalt het meisje uit Nazareth: “Hij heeft gedaan…”[2] , als een soort nieuwe decaloog, tien nieuwe geboden die de logica van de wereld omkeren.

Spontaan komt nu de vraag op of we in ons dagelijks leven en ons gebed dit gevoel van verwondering en verbazing bewaard hebben. Zien wij wat God heeft gedaan en blijft doen? Zonder openheid voor nieuwe dingen en de verrassingen die ze in petto hebben en zonder openheid voor verwondering wordt het geloof als een vermoeid gebed dat geleidelijk uitdooft en een sociale gewoonte wordt [3].

“Mijn ziel prijst en looft de Heer”

Het lied van Maria is geen intimistisch loflied; het is een profetisch loflied, gekenmerkt door een veelvuldig teruggrijpen naar passages uit de Schrift.[4]  Het laat de richting zien van de geschiedenis volgens het hart van God. Hem prijzen betekent partij kiezen voor de kleinen en geloven dat de wereld kan en moet veranderen.

De woorden van deze hymne nodigen ons uit het reddend handelen van God in onze persoonlijke en gemeenschappelijke geschiedenis te begrijpen. Zo wordt een brug geslagen vanuit onze eigen, particuliere ervaring naar een universele ervaring, vanaf het huidige moment naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die door de sociale revolutie van het Evangelie worden ingeluid.

“Mijn ziel prijst en looft de Heer”

Deze woorden nodigen ook ons uit om van ons bestaan een levende lofzang te maken, elke dag de “grote dingen” te zien, en om samen met Maria te verkondigen dat God trouw is. Zijn barmhartigheid strekt zich uit van generatie tot generatie en zijn rijk van gerechtigheid en liefde begint zich al te verwezenlijken onder ons.

Chiara Lubich had deze revolutionaire dimensie van Maria’s lied begrepen toen zij aan jongeren schreef: “Lees het Magnificat en je zult zien dat het de eerste en tegelijk krachtigste bladzijde is van de christelijke sociale leer. Door wie en wanneer zal het volledig verwezenlijkt worden?”[5]

Het is een open vraag, gericht aan ons. Gods ingrijpen mag niet beperkt blijven tot de innerlijkheid van het hart, maar moet zich uiten in relaties, in het samen leven, in het weefsel van de generaties die nog zullen komen.

Door Patrizia Mazzola en het Woord-van-leven-team

[1] Uit: Maarten Luther, Het Magnificat, De lofzang van Maria, 1521.
[2] Ermes Ronchi, Magnificat, een open raam op de toekomst, Avvenire, 12 augustus 2021
[3] Vgl. Paus Franciscus, Angelus, St.-Pietersplein, Rome, 4 juli 2021.
[4] Vgl. Gérard Rossé, Het evangelie volgens Lucas, Città Nuova, 1992, blz. 69.
[5] Uit: Chiara Lubich, Gen Wijsheid, Nijmegen 1970.

Lees ook